13 april 2017. Een woning, waarvan 6% van de oppervlakte voor de onderneming wordt gebruikt, kan volgens Hof Arnhem-Leeuwarden als ondernemingsvermogen worden aangemerkt omdat de woning dienstbaar is aan die onderneming.
De zaak betrof de vennoten van een bouwbedrijf, een VOF, die in in 2009 een woning met bedrijfshal, garage, carport, weiland, erf, tuin, ondergrond en aan- en toebehoren. De bedrijfshal ligt achter de woning en is toegankelijk via de oprijlaan naast de woning. Eén kamer in de woning (zo’n 6% van de oppervlakte van de woning) wordt gebruikt als kantoor voor de onderneming. Nadat de inspecteur het verzoek van de bouwondernemer om de woning als keuzevermogen aan te merken heeft afgewezen, activeert de ondernemer in zijn aangifte IB 2010 de woning als ondernemingsvermogen op de balans van de VOF. Dit wordt door de inspecteur gecorrigeerd. Uit de jurisprudentie blijkt dat voor de vermogensetikettering in het algemeen de wil van de belanghebbende zoals die in zijn boekhouding of op andere wijze tot uiting is gekomen beslissend is, tenzij daardoor de grenzen der redelijkheid worden overschreden. Een ondernemerswoning behoort, uitgezonderd bijzondere omstandigheden, naar zijn aard in fiscale zin tot het privévermogen van een ondernemer. Een woning kan binnen de grenzen der redelijkheid tot het ondernemingsvermogen worden gerekend als het gebruik van de woning op enigerlei wijze dienstbaar is aan die onderneming. Hof Arnhem-Leeuwarden vindt dat de bouwondernemer overtuigend heeft aangegeven dat de woning op enigerlei wijze dienstbaar is geweest aan de onderneming. Doorslaggevend is hierbij dat de kantoorruimte in de woning vanaf het moment van de aankoop van de woning ten behoeve van de onderneming is gebruikt, en dat door de ligging van de woning en de bedrijfshal op één perceel door de ondernemer sinds de aankoop toezicht kan worden gehouden op de bedrijfsmiddelen, -activiteiten en het personeel aldaar. Dat in het kantoor mogelijk af en toe andere (gezinsgerelateerde) activiteiten plaatsvinden, is onvoldoende om die ruimte niet (meer) als dienstbaar aan de onderneming aan te merken. Het hof houdt er verder rekening mee dat sprake is geweest van een zogenaamde koppelaankoop (woning en bedrijfshal op hetzelfde perceel met slechts één toegangsweg). De ondernemer heeft al eens eerder geprobeerd enkel de bedrijfshal te kopen, maar die aankoop ging uiteindelijk niet door omdat de toenmalige eigenaar van de woning geen recht van overpad wilde verlenen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 21-03-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-13 11:42:012017-04-13 11:42:02Woning met bedrijfshal: ondernemingsvermogen?
12 april 2017. Per 1 juli 2017 wordt het minimum(jeugd)loon aangepast: het volwassen minimumloon vangt dan aan bij 22 jaar en de staffels voor de minimumjeugdlonen vanaf 18 jaar worden verhoogd. Een andere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag treedt echter pas per 1 januari 2018 in werking.
Een van de aanpassingen van de wet Verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon en aanpassing van minimumloon bij stukloon en bij meerwerk betreft de bepaling van de arbeidsduur in geval van stukloon. Om te kunnen bepalen of een werknemer minimaal het minimumloon verdiend wordt voortaan uitgegaan van de daadwerkelijke tijd die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid. Volgens de thans nog geldende wettekst wordt uitgegaan van ‘de tijd, die redelijkerwijs met de uitvoering van de verrichte arbeid is gemoeid’. Bij de behandeling van het wetsvoorstel is evenwel een amendement aangenomen dat voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden – in afwijking van de wetswijziging – stukloon te betalen aan de hand van een prestatienorm. Volgens de indieners, de Kamerleden Van ’t Wout (VVD) en Heerma (CDA), zou de wijziging in het wetsvoorstel namelijk tot problemen kunnen leiden bij specifieke werkzaamheden waar de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft bij het verrichten van zijn werkzaamheden. Genoemd werden het voorbeeld van bezorgen van folders en dagbladen. Het amendement voorziet in de mogelijkheid dat de minister op verzoek van de Stichting van de Arbeid specifieke werkzaamheden in een bedrijfstak aanwijst voor welke stukloon op basis van een stukloonnorm kan worden betaald. Een van de voorwaarden is dat de sociale partners hierover overeenstemming hebben bereikt. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een stukloonnorm kunnen werkgeversorganisatie(s) ook zelf een stukloonnorm verstrekken aan de Stichting van de Arbeid onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. Op 7 april is hiervoor een nadere regeling gepubliceerd, de Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm. Om werkgevers en werknemers de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op deze wijzigingen en de pas onlangs gepubliceerde nadere regelgeving zal het onderdeel van de wet dat betrekking heeft op het stukloon niet per 1 juli 2017 maar pas per 1 januari 2018 in werking treden. Bron: Min SZW 7-04-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-13 03:03:142017-04-13 03:03:15Aanpassing minimumloon bij stukloon pas in 2018
Extra rente op uitkeringen depositogarantiestelsel
12 april 2017. Rekeninghouders die een uitkering hebben gehad op basis van het depositogarantiestelsel in verband met het faillissement van DSB, Icesave, Indover of Van der Hoop hebben mogelijk nog recht op een nabetaling van wettelijke rente. Men moet zich daarvoor uiterlijk 22 juni 2017 aanmelden bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde in december vorig jaar dat DNB over de vergoeding van de deposito’s uit hoofde van het Nederlandse depositogarantiestelsel (DGS) te weinig wettelijke rente heeft vergoed. Dit was mede het gevolg van een onjuiste omzetting van de destijds geldende richtlijn depositogarantiestelsels. In de richtlijn was bepaald dat een vergoeding uiterlijk drie maanden – in plaats van vijf maanden zoals in dit geval was gebeurt – na de inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel moest plaats vinden. Rekeninghouders komen alleen voor een vergoeding in aanmerking als de verschuldigde gederfde rente € 10 of meer bedraagt. Van toepassing is de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. Men kan zich voor de coulanceregeling aanmelden bij DNB. Rekeninghouders van Icesave en DSB kunnen digitaal met behulp van hun DigiD een aanvraag indienen. Rekeninghouders van Indover en Van der Hoop dienen een mailtje te sturen. Men kan tot uiterlijk donderdag 22 juni 2017 een aanvraag indienen. Bron: MvF 27-03-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-12 11:57:402017-04-12 11:57:41Extra rente op uitkeringen depositogarantiestelsel
Voorstel voor wettelijke verankering franchisecode
12 april 2017. Minister Kamp van Economische Zaken heeft op internetconsultatie.nl een wetsvoorstel ter consultatie voorgelegd dat de Nederlandse Franchise Code wettelijk moet verankeren.
De Nederlandse Franchise Code is tot stand gekomen na moeizaam overleg tussen franchisegevers en –nemers. In de praktijk blijkt echter dat veel franchiseorganisaties de overeengekomen code niet (volledig) toepassen. Volgens de bewindsman telt Nederland meer dan 30.000 franchisevestigingen die samen goed zijn voor een omzet van ruim € 30 miljard. Vaak loopt de samenwerking tussen de partijen in de franchisemarkt goed, maar vaak ook zijn er geschillen over de naleving van de afspraken. De bewindsman wijst erop dat contracten nu vaak nog eenzijdig door de franchisegever worden opgesteld waarbij de tegenpartij alleen nog kan instemmen of niet. Met een wettelijke verankering van de code wil de minister een evenwichtiger verhouding tussen franchisegevers en -nemers bewerkstelligen. Voordelen van een wettelijke verankering zijn dat alle partijen het moeten toepassen. Daarnaast kan bij een onrechtvaardige afwijking een contract worden vernietigd. Ook de rechter zal zich bij de beoordeling van eventuele geschillen mede op de Nederlandse Franchise Code moeten baseren. Wel blijft het mogelijk voor de franchisegever en franchisenemer om in het contract af te wijken van de code, mits dit duidelijk wordt gemotiveerd. Tot en met 25 mei 2017 is het mogelijk op www.internetconsultatie.nl te reageren op het voorgestelde wetsvoorstel. Bron: Min EZ 12-04-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-12 11:57:392017-04-12 11:57:40Voorstel voor wettelijke verankering franchisecode
11 april 2017. Een Amerikaanse federale rechter heeft de Amerikaanse belastingdienst toestemming gegeven om informatie over Nederlandse kaarthouders met een rekening buiten Nederland op te vragen bij creditcardmaatschappij American Express. Nederland heeft op grond van het verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten een verzoek om die gegevens ingediend bij de Amerikaanse belastingdienst.
Het gaat om gegevens over betaalkaarten (debit of credit) uit de periode 2009 t/m 2016. Zodra de gegevens zijn ontvangen zal worden onderzocht of de tegoeden op de buitenlandse rekeningen waaraan de kaarten zijn gekoppeld, zijn opgenomen in de belastingaangifte van de betreffende kaarthouders. Is dat niet het geval, dan kunnen de zwartspaarders een boete van maximaal drie keer het totale verschuldigde belastingbedrag tegemoet zien. In oktober 2015 zijn de Belastingdienst, de FIOD en het OM met een project gestart om op te treden belastingplichtigen met niet-aangegeven buitenlands vermogen die buitenlandse debet-creditcards gebruiken om uitgaven in Nederland te doen vanuit dat buitenlands vermogen. Het project is erop gericht de identiteit van de kaarthouders te achterhalen en te onderzoeken of er een Nederlands heffingsbelang aanwezig is. Nadat de identiteit van de kaarthouder is achterhaald wordt de keuze gemaakt of de zaak bestuurlijk dan wel strafrechtelijk afgedaan wordt. Bron: US Department of Justice, 3-04-2017, persbericht; Belastingdienst.nl
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-11 11:51:592017-04-11 11:51:59Houders American Express Cards op de korrel
7 april 2017. De Centrale Raad van Beroep heeft op 5 april 2017 geoordeeld dat de omstandigheid dat werknemers die hebben gestaakt een lager dagloon hebben en daardoor een lagere werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) ontvangen, een indirecte beperking oplevert van het stakingsrecht
De zaak betrof enkele ex-werknemers van voormalige vangrailproducent Prins Dokkum. In 2013 voerden de werknemers actie tegen de sluiting van hun fabriek. In totaal werd er door de werknemers veertien dagen gestaakt. Hun acties hadden geen succes. De fabriek werd gesloten en de werknemers belandden in de WW, waar ze een lagere uitkering kregen: vanwege de stakingsdagen kwam het UWV onder de toen geldige regelgeving op een lager dagloon uit. Volgens de Centrale Raad van Beroep kan het feit dat het gebruik maken van het stakingsrecht tot gevolg kan hebben dat de WW-uitkering lager uitvalt, werknemers weerhouden deel te nemen aan een staking. Werknemers worden aldus (indirect) beperkt in hun stakingsrecht. Het meetellen van de stakingsdagen als loondagen zonder daar (vervangend) loon tegenover te stellen bij de berekening van het dagloon is volgens de Centrale Raad van Beroep in strijd met het stakingsrecht dat werknemers hebben op grond van het Europees Sociaal handvest. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat het UWV voor deze stakende werknemers het dagloon opnieuw moet vaststellen. Daarbij moet het UWV alvast de nieuwe berekeningsmethode hanteren die is neergelegd in het aangepaste Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Bron: CRvB 5-04-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-08 02:46:272017-04-08 02:46:27Staken mag geen gevolgen hebben voor WW
7 april 2017. Volgens Rechtbank Overijssel moet een belastingplichtige expliciet akkoord gaan met het ontvangen van digitale post van een instantie via de Berichtenbox van MijnOverheid.nl.
Het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) heeft via de Berichtenbox van MijnOverheid.nl aan een belastingplichtige een aanslag waterschapbelastingen opgelegd. Omdat een belastingplichtige niet betaalde, is per post een aanmaning verstuurd en zijn aanmaningskosten in rekening gebracht. De belastingplichtige maakt bezwaar tegen de aanmaningskosten. Hij geeft aan de aanslag waterschapsbelasting niet te hebben ontvangen en pas bij ontvangst van de aanmaning er achter te zijn gekomen dat de aanslag was opgelegd. Voor de rechtbank is het de vraag of het GBLT terecht aanmaningskosten in rekening heeft gebracht. Volgens de belastingplichtige heeft hij er bij MijnOverheid.nl uitdrukkelijk voor gekozen om de Berichtenbox niet te activeren. Vanwege de aanmaning heeft hij de aanslag (met uitzondering van de aanmaningskosten) in één keer moeten betalen en niet meer kunnen verzoeken om een betalingsregeling. Volgens het GBLT is uit onderzoek gebleken dat de belastingplichtige is aangemeld bij MijnOverheid.nl. Daarom is de aanslag in de persoonlijke elektronische Berichtenbox van MijnOverheid.nl bezorgd. De rechtbank is van mening dat onvoldoende duidelijk is of de belastingplichtige bij de aanmelding op MijnOverheid.nl akkoord is gegaan met het ontvangen van digitale post van het GBLT. Uit de toelichting van het GBLT blijkt immers dat sinds november 2015 bij aanmelding/registratie in MijnOverheid.nl expliciet moet worden aangevinkt met welke organisaties men digitaal wil corresponderen. Het GBLT is pas sinds 15 november 2015 in de lijst zichtbaar als bestuursorgaan waarmee men digitaal kan corresponderen. Bij het inloggen na 15 november 2015 op MijnOverheid.nl wordt een lijst getoond met nieuwe organisaties waarmee via de elektronische weg kan worden gecorrespondeerd. De belastingplichtige geeft aan MijnOverheid.nl op 15 november 2015 te hebben geactiveerd, maar het GBLT heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij heeft geaccordeerd om van het GBLT digitale post te ontvangen. Op basis van het bovenstaande is de uitspraak op bezwaar volgens de rechtbank in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank doet een tussenuitspraak waardoor het GBLT de mogelijkheid heeft het motiveringsgebrek binnen twee weken te herstellen. Om het gebrek te herstellen moet verweerder met bewijsstukken aannemelijk maken dat de belastingplichtige in MijnOverheid.nl akkoord is gegaan met het ontvangen van digitale post van GBLT. Bron: Rb. Overijssel 04-04-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-07 11:46:262017-04-07 11:46:26Digitale post toegestaan?
6 april 2017. Het bewaren van een papieren administratie in een schuur die onvoldoende tegen weersinvloeden is beschermd en het verzuimen van het maken van kopieën zijn onvoldoende om onder een informatiebeschikking uit te komen. Van een administratieplichtige mag worden verwacht dat hij of zij de digitale en papieren administratie op een deugdelijke manier bewaard en zo nodig kopieën maakt.
Aan een restauranthouder zijn na een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB 2008 tot en met 2012 en de aangiften omzetbelasting over de tijdvakken 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012 informatiebeschikkingen opgelegd in verband met gebreken in de administratie. Volgens de restauranteigenaar zijn deze informatiebeschikkingen onterecht opgelegd. De restauranteigenaar geeft aan de boeken zelf te hebben bijgehouden. Zakelijk en privé liepen hierbij door elkaar en voorraden werden niet bijgehouden. En in 2013 heeft het geautomatiseerde afrekensysteem het begeven zonder dat het mogelijk was de bestanden veilig te stellen. De in een Excel-sheet dagelijks vastgelegde omzetgegevens, contante ontvangsten, pin- en creditcardontvangsten en kleine uitgaven werden wel gearchiveerd. Doordat de ordners werden bewaard in een schuur waar regen en storm vrij spel hadden, zijn die overzichten bijna allemaal onleesbaar. De Excel-bestanden met kastransacties zoals afstortingen, privé-opnames en salarisbetalingen zijn allemaal naar de boekhouder gestuurd. Dit laatste kan als het kasboek worden beschouwd. Volgens de inspecteur zijn de stortingen vanuit de kas naar de zakelijke bankrekening en diverse privéuitgaven echter niet verantwoord. Er zijn negatieve kassaldi en ook leidt de vermogensvergelijking voor de jaren 2009 tot en met 2012 tot een negatief netto privé. Verder kan er geen aansluiting worden gemaakt tussen de maandelijkse kassarapporten en de verantwoorde creditcardbedragen op de uitdraaien van de Excel-bestanden. De rechtbank is van mening dat de informatiebeschikkingen terecht zijn opgelegd omdat niet aan de administratieverplichtingen van art. 52 AWR 1959 is voldaan. Volgens de rechtbank staat vast dat de primaire bescheiden als de dagelijkse en maandelijkse kassarapporten en dagafsluitingsrapporten van de pinbetalingen, de in- en verkoopfacturen, de bankafschriften en de onderliggende bescheiden grotendeels niet bewaard zijn gebleven, terwijl die bescheiden een wezenlijk deel van de administratie van een onderneming vormen. De restauranteigenaar heeft de gebreken in de administratie onvoldoende weersproken. De informatiebeschikkingen zijn terecht vastgesteld. Bron: Rb. Noord-Holland 24-03-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-06 11:58:362017-04-06 11:58:36Administratieve gebreken, informatiebeschikking terecht afgegeven
6 april 2017. De cao-lonen waren in het eerste kwartaal van 2017 1,4% hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2016. De toename bleef hiermee onder die van de consumentenprijzen (1,5%). Vooral bij de overheid namen de cao-lonen minder sterk toe.
Sinds de eerste helft van 2014 is de toename van de cao-lonen niet meer lager geweest dan de ontwikkeling van de inflatie. De stijging is ook minder dan alle kwartalen van 2016. In dat jaar kwam de gemiddelde stijging over het hele jaar uit op 1,9%. Vergeleken met de particuliere (+1,6%) en de gesubsidieerde sector (+1,2%), namen de lonen bij de overheid met 0,5% minder toe. Dit komt voornamelijk doordat bij de lopende overheids-cao’s in het eerste kwartaal van 2017 een lagere loonsverhoging is afgesproken dan in dezelfde periode van vorig jaar. De stijging van de contractuele loonkosten bij de overheid valt juist hoger uit dan bij de andere sectoren door de verhoging van de werkgeverspremie voor het ABP. De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 1,6% in het eerste kwartaal van 2017. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten weer boven die van de cao-lonen. In 2017 komt dit doordat werkgevers meer bijdragen aan WAO- en WW-premies, en met name bij de overheid ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies bij het ABP. Door de lagere werkgeversheffing Zorgverzekeringswet en premies bij verschillende sectorfondsen zijn de totale contractuele loonkosten minder toegenomen. Bron: CBS 6-04-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-06 11:58:342017-04-06 11:58:36Cao-lonen blijven achter bij inflatie
4 april 2017. Met ingang van 2012 komen tewerkstelling en verblijf binnen 25 jaar na vertrek uit Nederland op de looptijd van de 30%-regeling in mindering. Tot 2012 was deze periode 10 jaar. Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat deze kortingsregeling niet in strijd is met internationale verdragen en de Hoge Raad laat deze uitspraak in stand.
Een Nederlander woont en werkt vanaf 1 april 1993 in het buitenland. Op 2 oktober 2012 schrijft hij zich weer in Nederland in. Op 18 december 2012 treedt hij in dienst bij zijn Nederlandse werkgever. De werknemer meent dat hij recht heeft op de 30%-regeling. Hof Den Bosch oordeelt dat de 30%-regeling maximaal 8 jaar kan worden toegepast. Deze looptijd wordt gekort met perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf in Nederland, de zogenoemde kortingsregeling. Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf in Nederland die meer dan 25 jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn beëindigd worden niet in aanmerking genomen. De Hoge Raad heeft op grond van het Sopora-arrest van het Hof van Justitie geoordeeld dat de 30%-regeling en de kortingsregeling op zichzelf niet leiden tot een met het Handvest van de Grondrechten van de EU of het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) strijdige discriminatie en ook geen belemmering oplevert voor het vrije verkeer van werknemers in de zin van het VWEU. Dit is alleen anders indien de 30%-regeling aanleiding geeft tot een systematische en duidelijke overcompensatie. Hiervan is geen sprake volgens een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Ook heeft de Hoge Raad eerder geoordeeld dat de kortingsregeling ook na verlenging niet van redelijke grond is ontbloot en binnen de aan de wetgever toekomende beoordelingsvrijheid blijft. Hof Den Bosch oordeelde dat de werknemer in deze zaak ter zitting en in de stukken geen feiten naar voren heeft gebracht die leiden tot het oordeel dat voor de verlening van de periode geen objectieve en/of een onredelijke rechtvaardiging is gegeven. Hierdoor ziet het hof geen aanleiding af te wijken van de bestaande jurisprudentie. Er is geen sprake van strijd met de non-discriminatiebepalingen uit het EVRM en het IVBPR. Er is ook geen sprake van strijd met het eigendomsrecht, gewaarborgd in artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM. De Hoge Raad oordeelt dat de door de werknemer aangevoerde middelen niet tot cassatie kunnen leiden en laat de uitspraak van het hof in stand. HR 31-03-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-04-05 02:49:102017-04-05 02:49:11Hoge Raad handhaaft kortingsregeling 30%-regeling
Onze website gebruikt cookies. Als u verder gaat op onze website, gaat u akkoord met het gebruik hiervan. OK
Privacy & Cookies
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these cookies, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are as essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may have an effect on your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Woning met bedrijfshal: ondernemingsvermogen?
Woning met bedrijfshal: ondernemingsvermogen?
De zaak betrof de vennoten van een bouwbedrijf, een VOF, die in in 2009 een woning met bedrijfshal, garage, carport, weiland, erf, tuin, ondergrond en aan- en toebehoren. De bedrijfshal ligt achter de woning en is toegankelijk via de oprijlaan naast de woning. Eén kamer in de woning (zo’n 6% van de oppervlakte van de woning) wordt gebruikt als kantoor voor de onderneming. Nadat de inspecteur het verzoek van de bouwondernemer om de woning als keuzevermogen aan te merken heeft afgewezen, activeert de ondernemer in zijn aangifte IB 2010 de woning als ondernemingsvermogen op de balans van de VOF. Dit wordt door de inspecteur gecorrigeerd.
Uit de jurisprudentie blijkt dat voor de vermogensetikettering in het algemeen de wil van de belanghebbende zoals die in zijn boekhouding of op andere wijze tot uiting is gekomen beslissend is, tenzij daardoor de grenzen der redelijkheid worden overschreden. Een ondernemerswoning behoort, uitgezonderd bijzondere omstandigheden, naar zijn aard in fiscale zin tot het privévermogen van een ondernemer. Een woning kan binnen de grenzen der redelijkheid tot het ondernemingsvermogen worden gerekend als het gebruik van de woning op enigerlei wijze dienstbaar is aan die onderneming.
Hof Arnhem-Leeuwarden vindt dat de bouwondernemer overtuigend heeft aangegeven dat de woning op enigerlei wijze dienstbaar is geweest aan de onderneming. Doorslaggevend is hierbij dat de kantoorruimte in de woning vanaf het moment van de aankoop van de woning ten behoeve van de onderneming is gebruikt, en dat door de ligging van de woning en de bedrijfshal op één perceel door de ondernemer sinds de aankoop toezicht kan worden gehouden op de bedrijfsmiddelen, -activiteiten en het personeel aldaar. Dat in het kantoor mogelijk af en toe andere (gezinsgerelateerde) activiteiten plaatsvinden, is onvoldoende om die ruimte niet (meer) als dienstbaar aan de onderneming aan te merken. Het hof houdt er verder rekening mee dat sprake is geweest van een zogenaamde koppelaankoop (woning en bedrijfshal op hetzelfde perceel met slechts één toegangsweg). De ondernemer heeft al eens eerder geprobeerd enkel de bedrijfshal te kopen, maar die aankoop ging uiteindelijk niet door omdat de toenmalige eigenaar van de woning geen recht van overpad wilde verlenen.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 21-03-2017
Aanpassing minimumloon bij stukloon pas in 2018
Aanpassing minimumloon bij stukloon pas in 2018
Een van de aanpassingen van de wet Verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon en aanpassing van minimumloon bij stukloon en bij meerwerk betreft de bepaling van de arbeidsduur in geval van stukloon. Om te kunnen bepalen of een werknemer minimaal het minimumloon verdiend wordt voortaan uitgegaan van de daadwerkelijke tijd die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid. Volgens de thans nog geldende wettekst wordt uitgegaan van ‘de tijd, die redelijkerwijs met de uitvoering van de verrichte arbeid is gemoeid’.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel is evenwel een amendement aangenomen dat voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden – in afwijking van de wetswijziging – stukloon te betalen aan de hand van een prestatienorm. Volgens de indieners, de Kamerleden Van ’t Wout (VVD) en Heerma (CDA), zou de wijziging in het wetsvoorstel namelijk tot problemen kunnen leiden bij specifieke werkzaamheden waar de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft bij het verrichten van zijn werkzaamheden. Genoemd werden het voorbeeld van bezorgen van folders en dagbladen. Het amendement voorziet in de mogelijkheid dat de minister op verzoek van de Stichting van de Arbeid specifieke werkzaamheden in een bedrijfstak aanwijst voor welke stukloon op basis van een stukloonnorm kan worden betaald. Een van de voorwaarden is dat de sociale partners hierover overeenstemming hebben bereikt. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een stukloonnorm kunnen werkgeversorganisatie(s) ook zelf een stukloonnorm verstrekken aan de Stichting van de Arbeid onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. Op 7 april is hiervoor een nadere regeling gepubliceerd, de Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm. Om werkgevers en werknemers de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op deze wijzigingen en de pas onlangs gepubliceerde nadere regelgeving zal het onderdeel van de wet dat betrekking heeft op het stukloon niet per 1 juli 2017 maar pas per 1 januari 2018 in werking treden.
Bron: Min SZW 7-04-2017
Extra rente op uitkeringen depositogarantiestelsel
Extra rente op uitkeringen depositogarantiestelsel
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde in december vorig jaar dat DNB over de vergoeding van de deposito’s uit hoofde van het Nederlandse depositogarantiestelsel (DGS) te weinig wettelijke rente heeft vergoed. Dit was mede het gevolg van een onjuiste omzetting van de destijds geldende richtlijn depositogarantiestelsels. In de richtlijn was bepaald dat een vergoeding uiterlijk drie maanden – in plaats van vijf maanden zoals in dit geval was gebeurt – na de inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel moest plaats vinden.
Rekeninghouders komen alleen voor een vergoeding in aanmerking als de verschuldigde gederfde rente € 10 of meer bedraagt. Van toepassing is de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. Men kan zich voor de coulanceregeling aanmelden bij DNB. Rekeninghouders van Icesave en DSB kunnen digitaal met behulp van hun DigiD een aanvraag indienen. Rekeninghouders van Indover en Van der Hoop dienen een mailtje te sturen. Men kan tot uiterlijk donderdag 22 juni 2017 een aanvraag indienen.
Bron: MvF 27-03-2017
Voorstel voor wettelijke verankering franchisecode
Voorstel voor wettelijke verankering franchisecode
De Nederlandse Franchise Code is tot stand gekomen na moeizaam overleg tussen franchisegevers en –nemers. In de praktijk blijkt echter dat veel franchiseorganisaties de overeengekomen code niet (volledig) toepassen.
Volgens de bewindsman telt Nederland meer dan 30.000 franchisevestigingen die samen goed zijn voor een omzet van ruim € 30 miljard. Vaak loopt de samenwerking tussen de partijen in de franchisemarkt goed, maar vaak ook zijn er geschillen over de naleving van de afspraken. De bewindsman wijst erop dat contracten nu vaak nog eenzijdig door de franchisegever worden opgesteld waarbij de tegenpartij alleen nog kan instemmen of niet. Met een wettelijke verankering van de code wil de minister een evenwichtiger verhouding tussen franchisegevers en -nemers bewerkstelligen.
Voordelen van een wettelijke verankering zijn dat alle partijen het moeten toepassen. Daarnaast kan bij een onrechtvaardige afwijking een contract worden vernietigd. Ook de rechter zal zich bij de beoordeling van eventuele geschillen mede op de Nederlandse Franchise Code moeten baseren. Wel blijft het mogelijk voor de franchisegever en franchisenemer om in het contract af te wijken van de code, mits dit duidelijk wordt gemotiveerd.
Tot en met 25 mei 2017 is het mogelijk op www.internetconsultatie.nl te reageren op het voorgestelde wetsvoorstel.
Bron: Min EZ 12-04-2017
Houders American Express Cards op de korrel
Houders American Express Cards op de korrel
Het gaat om gegevens over betaalkaarten (debit of credit) uit de periode 2009 t/m 2016. Zodra de gegevens zijn ontvangen zal worden onderzocht of de tegoeden op de buitenlandse rekeningen waaraan de kaarten zijn gekoppeld, zijn opgenomen in de belastingaangifte van de betreffende kaarthouders. Is dat niet het geval, dan kunnen de zwartspaarders een boete van maximaal drie keer het totale verschuldigde belastingbedrag tegemoet zien.
In oktober 2015 zijn de Belastingdienst, de FIOD en het OM met een project gestart om op te treden belastingplichtigen met niet-aangegeven buitenlands vermogen die buitenlandse debet-creditcards gebruiken om uitgaven in Nederland te doen vanuit dat buitenlands vermogen. Het project is erop gericht de identiteit van de kaarthouders te achterhalen en te onderzoeken of er een Nederlands heffingsbelang aanwezig is. Nadat de identiteit van de kaarthouder is achterhaald wordt de keuze gemaakt of de zaak bestuurlijk dan wel strafrechtelijk afgedaan wordt.
Bron: US Department of Justice, 3-04-2017, persbericht; Belastingdienst.nl
Staken mag geen gevolgen hebben voor WW
Staken mag geen gevolgen hebben voor WW
De zaak betrof enkele ex-werknemers van voormalige vangrailproducent Prins Dokkum. In 2013 voerden de werknemers actie tegen de sluiting van hun fabriek. In totaal werd er door de werknemers veertien dagen gestaakt. Hun acties hadden geen succes. De fabriek werd gesloten en de werknemers belandden in de WW, waar ze een lagere uitkering kregen: vanwege de stakingsdagen kwam het UWV onder de toen geldige regelgeving op een lager dagloon uit.
Volgens de Centrale Raad van Beroep kan het feit dat het gebruik maken van het stakingsrecht tot gevolg kan hebben dat de WW-uitkering lager uitvalt, werknemers weerhouden deel te nemen aan een staking. Werknemers worden aldus (indirect) beperkt in hun stakingsrecht. Het meetellen van de stakingsdagen als loondagen zonder daar (vervangend) loon tegenover te stellen bij de berekening van het dagloon is volgens de Centrale Raad van Beroep in strijd met het stakingsrecht dat werknemers hebben op grond van het Europees Sociaal handvest. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat het UWV voor deze stakende werknemers het dagloon opnieuw moet vaststellen. Daarbij moet het UWV alvast de nieuwe berekeningsmethode hanteren die is neergelegd in het aangepaste Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.
Bron: CRvB 5-04-2017
Digitale post toegestaan?
Digitale post toegestaan?
Het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) heeft via de Berichtenbox van MijnOverheid.nl aan een belastingplichtige een aanslag waterschapbelastingen opgelegd. Omdat een belastingplichtige niet betaalde, is per post een aanmaning verstuurd en zijn aanmaningskosten in rekening gebracht. De belastingplichtige maakt bezwaar tegen de aanmaningskosten. Hij geeft aan de aanslag waterschapsbelasting niet te hebben ontvangen en pas bij ontvangst van de aanmaning er achter te zijn gekomen dat de aanslag was opgelegd.
Voor de rechtbank is het de vraag of het GBLT terecht aanmaningskosten in rekening heeft gebracht. Volgens de belastingplichtige heeft hij er bij MijnOverheid.nl uitdrukkelijk voor gekozen om de Berichtenbox niet te activeren. Vanwege de aanmaning heeft hij de aanslag (met uitzondering van de aanmaningskosten) in één keer moeten betalen en niet meer kunnen verzoeken om een betalingsregeling. Volgens het GBLT is uit onderzoek gebleken dat de belastingplichtige is aangemeld bij MijnOverheid.nl. Daarom is de aanslag in de persoonlijke elektronische Berichtenbox van MijnOverheid.nl bezorgd.
De rechtbank is van mening dat onvoldoende duidelijk is of de belastingplichtige bij de aanmelding op MijnOverheid.nl akkoord is gegaan met het ontvangen van digitale post van het GBLT. Uit de toelichting van het GBLT blijkt immers dat sinds november 2015 bij aanmelding/registratie in MijnOverheid.nl expliciet moet worden aangevinkt met welke organisaties men digitaal wil corresponderen. Het GBLT is pas sinds 15 november 2015 in de lijst zichtbaar als bestuursorgaan waarmee men digitaal kan corresponderen. Bij het inloggen na 15 november 2015 op MijnOverheid.nl wordt een lijst getoond met nieuwe organisaties waarmee via de elektronische weg kan worden gecorrespondeerd.
De belastingplichtige geeft aan MijnOverheid.nl op 15 november 2015 te hebben geactiveerd, maar het GBLT heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij heeft geaccordeerd om van het GBLT digitale post te ontvangen. Op basis van het bovenstaande is de uitspraak op bezwaar volgens de rechtbank in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank doet een tussenuitspraak waardoor het GBLT de mogelijkheid heeft het motiveringsgebrek binnen twee weken te herstellen. Om het gebrek te herstellen moet verweerder met bewijsstukken aannemelijk maken dat de belastingplichtige in MijnOverheid.nl akkoord is gegaan met het ontvangen van digitale post van GBLT.
Bron: Rb. Overijssel 04-04-2017
Administratieve gebreken, informatiebeschikking terecht afgegeven
Administratieve gebreken, informatiebeschikking terecht afgegeven
Aan een restauranthouder zijn na een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB 2008 tot en met 2012 en de aangiften omzetbelasting over de tijdvakken 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012 informatiebeschikkingen opgelegd in verband met gebreken in de administratie. Volgens de restauranteigenaar zijn deze informatiebeschikkingen onterecht opgelegd. De restauranteigenaar geeft aan de boeken zelf te hebben bijgehouden. Zakelijk en privé liepen hierbij door elkaar en voorraden werden niet bijgehouden. En in 2013 heeft het geautomatiseerde afrekensysteem het begeven zonder dat het mogelijk was de bestanden veilig te stellen. De in een Excel-sheet dagelijks vastgelegde omzetgegevens, contante ontvangsten, pin- en creditcardontvangsten en kleine uitgaven werden wel gearchiveerd. Doordat de ordners werden bewaard in een schuur waar regen en storm vrij spel hadden, zijn die overzichten bijna allemaal onleesbaar. De Excel-bestanden met kastransacties zoals afstortingen, privé-opnames en salarisbetalingen zijn allemaal naar de boekhouder gestuurd. Dit laatste kan als het kasboek worden beschouwd.
Volgens de inspecteur zijn de stortingen vanuit de kas naar de zakelijke bankrekening en diverse privéuitgaven echter niet verantwoord. Er zijn negatieve kassaldi en ook leidt de vermogensvergelijking voor de jaren 2009 tot en met 2012 tot een negatief netto privé. Verder kan er geen aansluiting worden gemaakt tussen de maandelijkse kassarapporten en de verantwoorde creditcardbedragen op de uitdraaien van de Excel-bestanden.
De rechtbank is van mening dat de informatiebeschikkingen terecht zijn opgelegd omdat niet aan de administratieverplichtingen van art. 52 AWR 1959 is voldaan. Volgens de rechtbank staat vast dat de primaire bescheiden als de dagelijkse en maandelijkse kassarapporten en dagafsluitingsrapporten van de pinbetalingen, de in- en verkoopfacturen, de bankafschriften en de onderliggende bescheiden grotendeels niet bewaard zijn gebleven, terwijl die bescheiden een wezenlijk deel van de administratie van een onderneming vormen. De restauranteigenaar heeft de gebreken in de administratie onvoldoende weersproken. De informatiebeschikkingen zijn terecht vastgesteld.
Bron: Rb. Noord-Holland 24-03-2017
Cao-lonen blijven achter bij inflatie
Cao-lonen blijven achter bij inflatie
Sinds de eerste helft van 2014 is de toename van de cao-lonen niet meer lager geweest dan de ontwikkeling van de inflatie. De stijging is ook minder dan alle kwartalen van 2016. In dat jaar kwam de gemiddelde stijging over het hele jaar uit op 1,9%.
Vergeleken met de particuliere (+1,6%) en de gesubsidieerde sector (+1,2%), namen de lonen bij de overheid met 0,5% minder toe. Dit komt voornamelijk doordat bij de lopende overheids-cao’s in het eerste kwartaal van 2017 een lagere loonsverhoging is afgesproken dan in dezelfde periode van vorig jaar. De stijging van de contractuele loonkosten bij de overheid valt juist hoger uit dan bij de andere sectoren door de verhoging van de werkgeverspremie voor het ABP.
De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 1,6% in het eerste kwartaal van 2017. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten weer boven die van de cao-lonen. In 2017 komt dit doordat werkgevers meer bijdragen aan WAO- en WW-premies, en met name bij de overheid ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies bij het ABP. Door de lagere werkgeversheffing Zorgverzekeringswet en premies bij verschillende sectorfondsen zijn de totale contractuele loonkosten minder toegenomen.
Bron: CBS 6-04-2017
Hoge Raad handhaaft kortingsregeling 30%-regeling
Hoge Raad handhaaft kortingsregeling 30%-regeling
Een Nederlander woont en werkt vanaf 1 april 1993 in het buitenland. Op 2 oktober 2012 schrijft hij zich weer in Nederland in. Op 18 december 2012 treedt hij in dienst bij zijn Nederlandse werkgever. De werknemer meent dat hij recht heeft op de 30%-regeling.
Hof Den Bosch oordeelt dat de 30%-regeling maximaal 8 jaar kan worden toegepast. Deze looptijd wordt gekort met perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf in Nederland, de zogenoemde kortingsregeling. Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf in Nederland die meer dan 25 jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn beëindigd worden niet in aanmerking genomen. De Hoge Raad heeft op grond van het Sopora-arrest van het Hof van Justitie geoordeeld dat de 30%-regeling en de kortingsregeling op zichzelf niet leiden tot een met het Handvest van de Grondrechten van de EU of het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) strijdige discriminatie en ook geen belemmering oplevert voor het vrije verkeer van werknemers in de zin van het VWEU. Dit is alleen anders indien de 30%-regeling aanleiding geeft tot een systematische en duidelijke overcompensatie. Hiervan is geen sprake volgens een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Ook heeft de Hoge Raad eerder geoordeeld dat de kortingsregeling ook na verlenging niet van redelijke grond is ontbloot en binnen de aan de wetgever toekomende beoordelingsvrijheid blijft. Hof Den Bosch oordeelde dat de werknemer in deze zaak ter zitting en in de stukken geen feiten naar voren heeft gebracht die leiden tot het oordeel dat voor de verlening van de periode geen objectieve en/of een onredelijke rechtvaardiging is gegeven. Hierdoor ziet het hof geen aanleiding af te wijken van de bestaande jurisprudentie. Er is geen sprake van strijd met de non-discriminatiebepalingen uit het EVRM en het IVBPR. Er is ook geen sprake van strijd met het eigendomsrecht, gewaarborgd in artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM. De Hoge Raad oordeelt dat de door de werknemer aangevoerde middelen niet tot cassatie kunnen leiden en laat de uitspraak van het hof in stand.
HR 31-03-2017