De Inspectie SZW uit flinke kritiek op uitkeringsinstantie UWV. Volgens het dagblad Trouw zou volgens de Inspectie SZW het UWV de informatie die ze van werkgevers ontvangt bij ontslagaanvragen nauwelijk op feitelijke onjuistheden controleren.
Uit een enquête die de inspectie heeft uitgevoerd, blijkt ook dat de regel dat een ontslagen werknemer weer in dienst moet worden genomen als bij zijn vroegere werkgever binnen zes maanden na het ontslag een passende vacature ontstaat in de praktijk niet werkt. In een door de Inspectie ge¬houden enquête meldt bijna een derde van de ontslagen werknemers dat de vroegere werkgever binnen een half jaar na ontslag weer vacatures had die erg leken op hun oude baan. Zij werden niet teruggehaald, zoals de wet verplicht. Volgens de inspectie wordt hiermee bevestigd dat werknemers met een vast dienstverband het risico lopen dat zij door goedkopere flexwerkers worden vervangen. Dit is in strijd met de op 1 juli 2015 ingevoerde ontslagregels.
De Inspectie SZW heeft voor het onderzoek 28.000 ontslagaanvragen tussen 1 juli 2015 en eind 2016 onder de loep genomen en de ervaringen onderzocht van werknemers waar ontslag voor werd aangevraagd. Het rapport ‘Ontslag aangevraagd en dan?’ dat hier het resultaat van is, is naar minister Koolmees van SZW gestuurd.
Sinds 1 juli 2015 loopt een ontslag om bedrijfseconomische redenen uitsluitend via het UWV. Ook arbeidsrechtadvocaten beklagen zich volgens het artikel in Trouw erover dat in de papieren procedure bij het UWV, het UWV vrijwel uitsluitend afgaat op de motivatie voor ontslag van de werkgever. Het verweer van de werknemer wordt vaak niet goed gelezen. De Inspectie SZW komt tot een zelfde conclusie: ‘Het UWV neemt zijn beslissing tot ontslag in belangrijke mate op de door de werkgever aangeleverde informatie.’ Voordat de nieuwe wetten van kracht werden, kon een werknemer ontslag om bedrijfseconomische redenen zelf aanvechten bij de kantonrechter.
Het UWV blijft volgens de krant bij het standpunt dat het ontslagproces ‘evenwichtig is ingericht’. De uitkeringsinstantie is het niet eens met de onderzoeksmethode van de inspectie.
Bron: Trouw 19-07-2018

Volgens Hof Den Haag hat de Nederlandse fiscus voldoende belang om gegevens over Zwitserse bankrekeningen op te vragen bij de Zwitserse belastingdienst. Als volgens de ontvangen gegevens een Nederlandse belastingplichtige rekeninghouder is, mag de Belastingdienst hem daarover vragen stellen.
Medio 2015 heeft de (Nederlandse) Belastingdienst de Zwitserse fiscus gevraagd om een overzicht te verstrekken van Nederlandse houders van een rekening bij een Zwitserse bank. De reden was dat de inspecteur vermoedde dat de rekeninghouders hun Zwitserse saldi niet vrijwillig zouden opgeven in hun aangifte. De desbetreffende Zwitserse bank had haar rekeninghouders al laten weten dat zij de gegevens zou verstrekken aan de Zwitserse fiscus als de rekeninghouders niet aannemelijk maakten dat zij hadden voldaan aan hun fiscale verplichtingen. Het renseignement vermeldde onder meer de naam, adres- en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) en geboortedatum van een Nederlandse vrouw. Omdat de vrouw echter geen inkomen uit sparen en beleggen had opgegeven, vroeg de inspecteur haar om nadere informatie met betrekking tot de Zwitserse bankrekening. De vrouw weigerde en kreeg een informatiebeschikking opgelegd. Het hof heeft haar beroep tegen deze informatiebeschikking ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst in redelijkheid kon stellen dat de gegevens relevant waren voor de belastingheffing. Ook was sprake van een gericht verzoek en geen ‘fishing expedition’. Verder vermeldt het renseignement de correcte NAW-gegevens en geboortedatum van de vrouw. Er is geen andere persoon bekend die dezelfde namen, geboortedatum en woonplaats heeft. Deze omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat de vrouw inderdaad rekeninghoudster is. De inspecteur mag haar dan ook om nadere informatie vragen.
Bron: Hof Den Haag 17-07-2018

29 procent van de werknemers gaf aan in 2017 regelmatig over te werken. Het meest werd overgewerkt door managers (56%). Daartegenover staat een grote groep (70%) werknemers die niet of slechts soms overwerkte.
Behalve door managers werd er ook vaak overgewerkt door werknemers met een pedagogisch beroep, zoals docenten en onderwijsassistenten. Van hen gaf 45% aan regelmatig over te werken. Het minst werd overgewerkt door werknemers met een dienstverlenend beroep, zoals horecapersoneel en schoonmakers. Van alle werknemers gaf 34% in 2017 aan niet meer uren te hebben gewerkt dan contractueel is vastgelegd. Onder vrouwen is dit aandeel met 37% groter dan onder mannen (31%). Regelmatig overwerken wordt door mannen vaker gedaan dan door vrouwen: 32% tegen 26%. Mannelijke en vrouwelijke werknemers geven nagenoeg even vaak aan dat ze soms overwerken.
Werknemers die regelmatig overwerken, deden dat in 2017 gemiddeld 6 uur per week, werknemers die soms overwerken maakten 3 overuren per week. Dit betreft zowel betaalde als onbetaalde overuren.
Van de werknemers met een voltijdbaan werkte met 38% een aanzienlijk grotere groep regelmatig over dan van de werknemers die in deeltijd werken (21%). Onder deeltijdwerkers werken vrouwen (23%) vaker over dan mannen (17%), terwijl onder voltijdwerkers het aandeel mannen en vrouwen dat regelmatig overwerkt nauwelijks verschilt.
Verder werken werknemers in de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar regelmatig over (35%) procent regelmatig over, terwijl jongere (15 tot 25 jaar) en oudere werknemers (65 tot 75 jaar) minder vaak op regelmatige basis overwerken (resp. 16% en 15%). Een groot deel van de jongere werknemers volgt nog onderwijs en heeft naast de opleiding een baan met een klein aantal uren. Bij deze bijbanen komt overwerken minder vaak voor.
Hoogopgeleiden (40%) geven vaker aan dat ze regelmatig overwerken dan laagopgeleiden (18%) of middelbaaropgeleiden (26%).
Bron: CBS 24-07-2018

De Nationale ombudsman heeft de minister van Rechtsbescherming in een brief laten weten dat hij positief is over het wetsvoorstel tot herziening van het beslag- en executierecht.
In het geval van loonbeslag kunnen schuldeisers het inkomen dat overblijft na de toepassing van de beslagvrije voet alsnog invorderen via een beslag op de bankrekening. De beslagvrije voet geldt nu namelijk niet bij een beslag op een bankrekening. Dit nationale ombudsman meent dat deze gang van zaken de beschermende werking van de beslagvrije voet ondergraaft. Hij had daarom onder meer de Belastingdienst opgeroepen om de beslagvrije voet bij bankbeslag informeel te respecteren. Het wetsvoorstel tot herziening van het beslag- en executierecht voorziet in de invoering van een beslagvrije voet bij bankbeslag. De nationale ombudsman is daar positief over, maar plaatst ook een kanttekening bij het wetsvoorstel. Volgens het wetsvoorstel moeten banken in beginsel binnen twee weken deurwaarders informeren over het banksaldo na het leggen van bankbeslag. Deze termijn is te verlengen naar vier weken. De ombudsman pleit ervoor in het wetsvoorstel op te nemen dat die verlenging alleen mogelijk zal zijn onder zeer strikte voorwaarden.
Bron: Nationale ombudsman 24-07-juli 2018

De arbeidsrelatie tussen Deliveroo en zijn bezorgers is al enige tijd een bron van discussie. Eind vorig jaar gaf het bedrijf aan over te willen gaan naar een zzp-model, waarbij de bezorgers niet meer werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar als zelfstandige ondernemer. Een bezorger die zo’n dergelijke zzp-overeenkomst aanging, maar vervolgens stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst vangt bot bij Rechtbank Amsterdam.
De bezorger was op 4 juni 2016 bij Deliveroo in dienst getreden als maaltijdbezorger op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, eindigend op 3 februari 2018. November 2017 kondigde het bedrijf aan dat een proef met een fee per delivery succesvol was verlopen. Volgens het bedrijf zou dat het beste model zijn voor ‘riders’. De bezorger in deze zaak had in antwoord op deze aankondiging aangegeven dat hij zijn contract wil omzetten naar een zzp-contract. Een dergelijke overeenkomst werd gesloten en de bezorger schreef zich in bij de KvK.
In januari kreeg hij kennelijk spijt van zijn stap en stapt hij naar de rechter: hij vordert dat de overeenkomst wordt aangeduid als een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW). Ondanks dat een zzp-overeenkomst is gesloten is er volgens hem namelijk van een arbeidsrelatie met de kenmerken van een arbeidsovereenkomst (loon, gezagsverhouding).
De kantonrechter te Amsterdam geeft hem echter op geen van de door hem aangevoerde argumenten om zijn stelling te onderbouwen gelijk. Duidelijk is dat beide partijen bij het aangaan van de overeenkomst een overeenkomst van opdracht voor ogen stond en ook uit de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de overeenkomst blijkt dat hiervan sprake was.
De kantonrechter besluit met de overweging in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de uit de (relatief) nieuwe platformeconomie voortkomende arbeidsverhoudingen. Dat maakt echter nog niet dat de onderhavige beslissing tot dusdanig onaanvaardbare resultaten leidt, dat de redelijkheid en billijkheid tot rechterlijk ingrijpen noopt. Wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen.
Bron: Rb. Amsterdam 23-07-2018

Net als vorig jaar komt de Belastingdienst met een vroege eerste editie van de Nieuwsbrief Loonheffingen met daarin veranderingen waarvan nu al bekend zijn dat ze volgend jaar ingaan.
In deze eerste editie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 komen de volgende zes onderwerpen aan bod:

Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland
Meer loonbelastingtabellen
Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten
AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en 4 maanden
Auto’s zonder CO2-uitstoot: bijtelling verandert
Afkoopkorting pensioen in eigen beheer in 2019

Het eerste onderwerp – toepassing heffingskortingen in de loonheffing alleen nog voor inwoners van Nederland – komt voort uit het Belastingplan 2018 en moet voorkomen dat bij buitenlandse belastingplichtigen in de loonheffing een groter bedrag aan heffingskortingen wordt toegepast dan waar zij recht op hebben. Bij buitenlandse belastingplichtigen uit de EU, EER, Zwitserland of BES-eilanden wordt vanaf 2019 in de loonbelasting enkel van de arbeidskorting het belastingdeel toegepast; bij buitenlandse belastingplichtigen uit derde landen wordt van geen enkele heffingskorting het belastingdeel toegepast. Kwalificerende buitenlands belastingplichtigen kunnen via hun aangifte IB het restant aan heffingskorting waarop zijn recht hebben ontvangen.
Een gevolg van die maatregel is ook dat er volgend jaar meer loontabellen zijn waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen (1) inwoners van Nederland, (2) inwoners van de EU, EER, Zwitserland of BES-eilanden en (3) derdelanders. Voor alle huidige loontabellen komen er volgend jaar dus drie aparte loontabellen.
De veranderingen en aandachtspunten in de aangifte loonheffingen betreffen onder meer het vervallen van de 0% bijtelling en de levensloopverlof bij een werknemer van 61 jaar of ouder, het anoniementarief bij ontbreken buitenlands adres en verloonde uren bij stukloon.
Voor het berekenen van de bijtelling bij auto’s zonder CO2-uitstoot worden in de Nieuwsbrief Loonheffingen enkele rekenvoorbeelden gegeven.
Bron: Belastingdienst 20-07-2018

Consumenten kunnen vaker bij kredietverstrekkers terecht voor een hypotheek op maat en het aantal aanbieders van dergelijke hypotheken blijft naar verwachting groeien. Het Platform hypotheken waarin Rijk, kredietverstrekkers, toezichthouder, consumentenorganisaties en brancheorganisaties samenwerken bij de aanpak van knelpunten op de hypotheekmarkt, levert resultaat op. Dat schrijft minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) op 5 juli 2017 in een brief aan de Tweede Kamer.
Een nieuw platform
Het ministerie van BZK startte vorig jaar een platform waarin partijen werken aan het wegnemen van hindernissen voor maatwerkhypotheken. In het platform was dit jaar bijzonder aandacht voor senioren, koopstarters en de verduurzaming van het particuliere woningbezit.
Meer mogelijkheden
Toezichthouder AFM heeft verduidelijkt wanneer maatwerkhypotheken verantwoord zijn. Dit biedt soelaas aan senioren die willen verhuizen naar een koopwoning met lagere lasten, maar niet voldeden aan de inkomensnormen voor een nieuwe hypotheek.
Ook heeft de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) sinds 17 juni haar voorwaarden aangepast waardoor het voor meer senioren mogelijk is om de gewenste hypotheek te krijgen. Verder zijn er meer mogelijkheden voor ouderen die de overwaarde in hun woning willen verzilveren.
Koopstarters die net in loondienst zijn of een flexibele arbeidsovereenkomst hebben, worden geholpen door de Perspectiefverklaring en de Arbeidsmarktscan. Dit geeft hypotheekverstrekkers beter zicht op het inkomen. Voor flexwerkers komt een hypotheek daardoor eerder binnen bereik. Het aantal kredietverstrekkers dat deze verklaring accepteert is toegenomen. Verder kunnen ZZP’ers onder NHG-voorwaarden al na één jaar ondernemerschap een hypotheek krijgen. Dat was eerder pas na drie jaar het geval.
Bron: Min BZK 20-07-2018

Voor de vaststelling van de premie Werkhervattingskas voor de sectoren 57 (Stukadoorsbedrijf) en 60 (Steenhouwersbedrijf) geldt vanaf volgend jaar één regime.
Voor de vaststelling van de sectorale premiecomponenten wordt met ingang van 1 januari 2019 uitgegaan van het gewogen gemiddelde van deze premiecomponenten. Deze clustering is met name van belang voor kleine en middelgrote werkgevers in deze sectoren (dit betreft vrijwel alle bedrijven in beide sectoren).
De vraag om clustering kwam vanuit de betrokken sectoren zelf. De bedrijven in deze sectoren zijn werkzaam in de technische afbouw en vallen onder één cao en onder één bedrijfstakpensioenfonds. Zij hebben de wens om voor de premie voor de ZW en WGA over het loon van de werknemers in deze sectoren onder één regime te vallen.
Bron: Stcrt. 2018, nr. 38947

Denkt u dat het overleggen van betalingskwitanties voldoende is om aannemelijk te maken dat u een gift heeft gedaan? Zowel de Belastingdienst als Rechtbank Gelderland meent dat de gift toch niet aftrekbaar is als zij niet is terug te vinden in de kasadministratie van de desbetreffende goededoelenorganisatie!
Een vrouw wilde een bedrag van € 1.520 aan giften van haar echtgenoot aan een instelling aftrekken in haar aangifte inkomstenbelasting. Om te bewijzen dat de schenkingen ook echt waren gedaan, overlegde ze betalingskwitanties. Ook toonde zij bankafschriften waaruit bleek dat op de data van de kwitanties bedragen van de bank waren opgenomen die overeenkwamen met de schenkingen volgens de kwitanties. Ten slotte had zij een verklaring overlegd van de instelling, waarin stond vermeld dat haar partner in totaal € 1.520 had geschonken. Maar toen de inspecteur de kasadministratie van die instelling controleerde, vond hij nergens deze giften terug. De vrouw stelde dat zij niet verantwoordelijk was voor fouten in de administratie van de instelling. Dit kon haar echter niet baten, omdat niet kwam vast te staan dat sprake was van een fout in de administratie. De rechtbank oordeelt daarom dat de Belastingdienst de giftenaftrek mag weigeren.
Bron: Rechtbank Gelderland 12-07-2018

Het UWV heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van de no-riskpolis door werkgevers. Werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben, kunnen bij ziekte van deze werknemers een beroep doen op de no-riskpolis. Zij ontvangen dan een compensatie voor de loondoorbetaling bij ziekte. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat de regeling wordt ondergebruikt.
Voor vier groepen werkenden met een arbeidsbeperking is het gebruik van de no-riskpolis door werkgevers onderzocht. Het gaat om werkenden met een WAO-uitkering, een WGA-uitkering, Wajongers (Wajong) en werkenden die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn beoordeeld voor de WIA, de zogenoemde WIA 35-minners.
In de afgelopen 5 jaar verstrekte UWV jaarlijks tussen de 35.000 en 45.000 Ziektewetuitkeringen no-riskpolis. Hiervan nemen de vier onderzochte groepen 85 tot 90% voor hun rekening. In dit onderzoek is ingegaan op de vraag in welke mate de werkgevers voor deze groepen gebruikmaken van de no-riskpolis. Dit zijn de belangrijkste bevindingen:

bij alle vier de onderzochte groepen is er sprake van ondergebruik van de no-riskpolis door de werkgever. Dat wil zeggen dat de werkgever niet voor alle ziekmeldingen een beroep op de no-riskpolis bij UWV doet;
voor de groep Wajongers declareert de werkgever naar schatting 60% van de ziekmeldingen, voor de groep WGA’ers naar schatting 50%;
voor WAO’ers en WIA 35-minners liggen de geschatte percentages veel lager (dus meer ondergebruik): respectievelijk 17% en 14%.

Een eerste verklaring van het ondergebruik is onbekendheid met de no-riskpolis bij werkgevers en werknemers. Een andere mogelijke reden is dat een werkgever bij kort verzuim niet altijd een Ziektewetuitkering aanvraagt.
Bron: UWV 5-07-2018