8 december 2017. De industriële sector verwacht voor 2018 voor 16% meer investeringen in materiële vaste activa dan in 2017. Vooral de aardolie- en chemiebranche zijn positief gestemd.
Terwijl dit jaar vooral veel vervangingsinvesteringen zijn gedaan, verwachten ondernemers in de industriële sectoren volgend jaar meer nieuwe gebouwen, fabrieken, machines, vervoermiddelen en computers in gebruik te zullen nemen. Ondernemers in de aardolie- en chemiebranche verwachten in 2018 een toename van de investeringen van 39% ten opzichte van 2017. Ook in 2017 kende die branche aanmerkelijk meer investeringen dan het jaar daarvoor. Verwacht wordt dat eind 2017 de investeringen in die branche 40% hoger liggen dan in 2016. In 2017 heeft de sector een aantal grootschalige activa in gebruik genomen en voor 2018 staan nieuwe ontwikkelprojecten op de planning. In de totale industrie verwachten producenten aan het eind van dit jaar 19% meer geïnvesteerd te hebben dan in 2016. Begin dit jaar was de verwachting nog dat de investeringen 13% hoger zouden liggen dan in 2016 toen de industrie bijna 8 miljard euro in materiële vaste activa investeerde. De hogere investeringsverwachtingen vallen samen met een toename van het productenvertrouwen. De hogere investeringsverwachtingen zijn in lijn met het saldo van positief en negatief gestemde producenten voor volgend jaar (10,6%). Bron: CBS 8-12-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-09 02:42:042017-12-09 03:42:06Verwachtingen voor 2018 positief
6 december 2017. Bestuursorganen zijn niet verplicht om belastingplichtigen op hun verzoek telefonisch te horen. Het weigeren hiervan leidt volgens Hof Amsterdam niet tot schending van de hoorplicht.
Een man maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van de tot zijn nalatenschap behorende woning. Hij heeft daarbij verzocht om telefonisch te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft dat geweigerd, en alleen een horen in persoon aangeboden. In bezwaar heeft geen hoorgesprek plaatsgevonden. Hof Amsterdam overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat in de ogen van de wetgever de voor een bezwaarbehandeling noodzakelijke zorgvuldigheid niet, althans niet in alle gevallen, kan worden gewaarborgd indien het horen per telefoon geschiedt. Het uitgangspunt is daarom horen in persoon. Uit de parlementaire geschiedenis kan verder worden afgeleid dat een uitzondering op dit uitgangspunt onder omstandigheden mogelijk is. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is de toestemming van de belastingplichtige. Een belastingplichtige heeft dus recht op een horen in persoon, maar kan instemmen met een horen per telefoon. Volgens het hof heeft een belastingplichtige geen afdwingbaar recht op horen per telefoon. De heffingsambtenaar heeft in de onderhavige kwestie volgens het hof voldoende argumenten aangevoerd waarom hij geen uitzondering wenste te maken op de hoofdregel (het beleid) om in persoon te horen. De beslissing om niet telefonisch te horen is volgens het hof niet in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur. Bron: Hof Amsterdam 24-08-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-06 11:52:182017-12-06 12:52:18Telefonisch horen geen recht
Aanpassing vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie
6 december 2017. De vergoeding voor werkgeverslasten bij loonkostensubsidie wordt per 1 januari 2018 verhoogd van 23 naar 23,5%. De vergoeding wordt jaarlijks herzien naar aanleiding van de vaststelling van de wettelijk verplichte werkgeverspremies voor een werknemer die het wettelijk minimumloon verdient in de marktsector.
In art. 1 Regeling loonkostensubsidie Participatiewet is de hoogte vastgelegd van de vergoeding voor werkgeverslasten zoals genoemd in art. 10d lid 4 en 5 Participatiewet. Die vergoeding bedraagt een percentage van de loonkosten waarover loonkostensubsidie (art. 10d lid 1 Participatiewet) wordt verstrekt. De vergoeding bestaat uit een uniform tarief dat omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid voor alle sectoren geldt. Het percentage is gebaseerd op de wettelijk verplichte werkgeverspremies voor een werknemer die het wettelijk minimumloon verdient in de marktsector, zoals vastgelegd in de Wet financiering sociale verzekeringen, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (werkgeversbijdrage kinderopvang), de Zorgverzekeringswet (inkomensafhankelijke bijdrage) en de gemiddelde pensioenpremie zoals berekend door het Centraal Planbureau voor de Macro Economische Verkenningen. Bron: Min SZW, 22 november 2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-06 11:52:172017-12-06 12:52:17Aanpassing vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie
6 december 2017. Volgens vakbond FNV heeft PostNL door middel van een schijnconstructie pakketsorteerders in de depots Waddinxveen, Amersfoort en Goes jarenlang onderbetaald. De postsorteerders eisen een nabetaling van € 5 miljoen.
Volgens de vakbond worden de werknemers niet betaald volgens de PostNL-cao. Ze zijn de tewerkgesteld via een constructie met een uitzend-bv als onderaannemer die weer personeel inhuurt van een ander uitzendbureau. Op deze wijze zou PostNL de uitzend-cao ontwijken en de werknemers slechts het wettelijk minimumloon betalen. Volgens de FNV zou ook de Inspectie SZW de constructie als onwettig hebben bestempeld. Op 5 december is door Poolse sorteerders bij PostNL op het hoofdkantoor in Den Haag een zogenoemde WAS-brief overhandigd. WAS verwijst hier naar de Wet aanpak schijnconstructies. Op grond van die wet kan een opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor onderbetaling. Bron: FNV, 4 december 2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-06 11:52:162017-12-06 12:52:17Schijnconstructie bij PostNL?
4 december 2017. Uit onderzoek blijkt dat veel werknemers (34%) het beoordelings- of functioneringsgesprek een stressvolle aangelegenheid vinden. In 28% van de gevallen nemen zwaktes en verbeterpunten namelijk de overhand. Slechts een klein deel van de werknemers (16%) zegt dat de focus op talenten en kwaliteiten ligt. Een groot deel van de werknemers (35%) ziet graag meer aandacht voor de ontwikkelmogelijkheden.
De frequentie waarmee werknemers beoordeeld worden is laag. Bijna een kwart van de Nederlandse werknemers (22%) krijgt zelfs helemaal geen functioneringsgesprek met hun manager, 47% krijgt maar eens per jaar een evaluatie. De kwaliteit van dit gesprek laat echter vaak te wensen over. Slechts een klein deel van de organisaties (8%) heeft het functioneren ingericht als continu proces, terwijl werknemers dit juist wel willen. Bijna een derde (30%) wil dat de beoordeling een continu proces wordt. Wanneer het functioneringsgesprek maar eens per jaar plaatsvindt, blijkt het lastig om de prestaties van het gehele jaar te evalueren. Bijna één op de vijf werknemers (19%) zegt dat voornamelijk de prestaties van het laatste half jaar centraal staan in het gesprek. Volgens 16% ligt het zwaartepunt zelfs alleen op het laatste kwartaal. De prestaties van het begin van het jaar krijgen volgens hen dus weinig aandacht. In 64% van de gevallen lukt het wel om het hele jaar in ogenschouw te nemen. Het onderzoek is onder ca. duizend werknemers uitgevoerd door Protime. Bron: Protime 29-11-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-05 03:05:022017-12-05 04:05:03Werknemer ervaart stress bij beoordelingsgesprek
4 december 2017. Volgens de Hoge Raad komt de vraag of een dga te kwader trouw is niet meer aan de orde als de bv wel loonheffing heeft ingehouden met het oogmerk deze af te dragen. De Hoge Raad volgt hiermee de conclusie van advocaat-generaal Niessen.
Een werknemer van een bv was van augustus 2009 tot begin september 2010 dga. Tot eind april 2012 was hij directeur en vanaf mei 2012 was hij als medewerker werkzaam voor de bv. Hij ontvangt tot juni 2012 loon van de bv. De bv raakt in 2010 in liquiditeitsproblemen en besluit om de ingehouden en afgezonderde bedragen aan loonbelasting niet af te dragen. De bv doet tot en met oktober 2012 maandelijks aangifte. Begin december 2012 is de bv failliet verklaard. De inspecteur verrekent geen loonheffing als voorheffing met de IB/PVV over 2011 en 2012 van de werknemer. In geschil voor het hof is of de inspecteur de verrekening terecht achterwege heeft gelaten. Het hof oordeelt dat partijen terecht hebben geconcludeerd dat de bv de loonheffing heeft ingehouden, omdat de bv de bedoeling had om tot afdracht over te gaan van de daartoe afgezonderde bedragen, zodra de liquiditeitspositie dit zou toelaten. Omdat loonheffing is ingehouden, wordt deze volgens het hof verrekend met de aanslagen IB/PVV van de werknemer. Aan de vraag of de werknemer te goeder trouw was, wordt niet toegekomen. Tegen deze uitspraak was de staatssecretaris in cassatie gegaan. De Hoge Raad verklaart dit cassatie beroep onder verwijzing naar de conclusie van de advocaat-generaal echter ongegrond. Bron: HR 1-12-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-05 03:05:012017-12-05 04:05:02Loonheffing wel ingehouden, niet afgedragen
1 december 2017. Omdat de man aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanmaning niet heeft ontvangen beslist Hof Arnhem-Leeuwarden dat de betekeningskosten ten onrechte in rekening zijn gebracht. Deze komen dan ook te vervallen.
Een man kreeg voor een bedrag van € 39 betekeningskosten in rekening gebracht vanwege een nog openstaand bedrag aan waterschapsbelastingen. Hij was het hier niet mee eens, omdat hij de aanmaning niet had ontvangen. Hij had het volledige openstaande bedrag bovendien betaald voordat het dwangbevel was betekend. Hij stelde zich dan ook op het standpunt dat hem ten onrechte betekeningskosten in rekening waren gebracht. De inspecteur stelde dat het niet aannemelijk was dat de aanmaning niet door de man was ontvangen. Voor Hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de man dat het ingewikkelde stratenplan vaker voor bezorgproblemen zorgde bij hem in de wijk en dat ook de wisseling van postbezorgers fouten in de hand werkte en dat hij zelf regelmatig post heeft ontvangen die niet voor hem bestemd was. Wellicht dat de aanmaning juist was verzonden, maar deze had hem in ieder geval niet bereikt. Het hof vond dat de man erin was geslaagd het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de aanmaning op zijn adres te ontzenuwen. Het hof besliste dat in verband hiermee het dwangbevel ten onrechte was betekend en dat ten onrechte betekeningskosten in rekening waren gebracht. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 14-11-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-01 12:18:272017-12-01 13:18:27Aanmaning niet ontvangen, geen betekeningskosten
30 november 2017. Een predikant heeft ten behoeve van zijn werkzaamheden een jacquet aangeschaft. Hij wil het als werkkleding in aftrek brengen. Volgens de inspecteur en ook de rechtbank is dit niet mogelijk: daar de kleding ook geschikt is om buiten het werk te dragen is er geen sprake van werkkleding.
Een predikant had een jacquet aangeschaft voor ruim € 350. Het jacquet stelde hij uitsluitend te dragen tijdens de uitoefening van zijn ambt als predikant. In geschil is of de kosten voor aanschaf van het jacquet in aftrek kunnen worden gebracht op het door de predikant in 2013 genoten inkomen in de zin van de Wet IB 2001. Volgens de predikant is dit het geval, omdat hij het jacquet alleen draagt tijdens zijn werkzaamheden als predikant. Maar dat was volgens de Rechtbank Gelderland niet het juiste criterium. De rechtbank maakt uit de parlementaire geschiedenis op dat de zinsnede ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de onderneming te worden gedragen’ een objectief criterium is. Dat wil zeggen dat er gekeken moet worden naar de objectieve kenmerken van het jacquet zelf. Dat de predikant het jacquet zelf alleen draagt tijdens zijn werkzaamheden als predikant is dus niet van belang. Het gaat erom of het jacquet geschikt is om tijdens andere gelegenheden te worden gedragen. Hiervan is volgens de rechtbank sprake. Weliswaar wordt een jacquet tegenwoordig niet vaak meer gedragen, maar het is volgens de rechtbank niet ongebruikelijk dat dergelijke kleding wordt gedragen tijdens onder meer huwelijksfeesten, begrafenissen en andere formele gebeurtenissen. Dit betekent dat het jacquet niet alleen tijdens het werk van de predikant kan worden gedragen en het derhalve niet kwalificeert als werkkleding. De rechtbank oordeelt dan ook dat de aanschafkosten van het jacquet niet aftrekbaar zijn. Bron: Rb. Gelderland 22-11-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-12-01 12:18:242017-12-01 13:18:27Jacquet geen werkkleding
Naheffingsaanslagen en boeten geen reden voor anoniem horen
30 november 2017. Het feit dat getuigen naar aanleiding van hun verklaring kunnen worden geconfronteerd met naheffingsaanslagen en vergrijpboeten is volgens de Hoge Raad onvoldoende reden om de getuigen anoniem te horen.
Een belastingplichtige heeft de rechters van Hof Den Haag verzocht om een aantal getuigen anoniem te horen. Zij is bang dat de inspecteur anders naheffingsaanslagen en boeten aan de getuigen gaat opleggen. Volgens de Hoge Raad moeten op basis van art. 8:60 lid 3 Awb bij de uitnodiging voor de zitting de namen van de op die zitting te horen getuigen zoveel mogelijk worden meegedeeld. De rechter moet bij het begin van het verhoor de getuige naar zijn naam vragen en beide partijen moeten de gelegenheid krijgen aanwezig te zijn bij het getuigenverhoor. Zoveel mogelijk in art. 8:60 Awb wil niet zeggen dat de naam van de getuige aan één partij niet kan worden medegedeeld als de rechter die naam wel kent. Volgens de Hoge Raad moet het aan de wetgever worden overgelaten om regels te geven voor het horen van anonieme getuigen. De Hoge Raad verwijst naar de regeling die in het Wetboek van Strafvordering (art. 226a e.v.) is uitgewerkt. Binnen de in Nederland geldende regels zou de mogelijkheid om getuigen anoniem te horen sterk zijn begrensd. Het horen van een anonieme getuigen leidt voor een partij die de identiteit van de getuige niet kent tot een aanzienlijke beperking van de mogelijkheden om de geloofwaardigheid van die getuige ter discussie te stellen. Behoorlijk procesrecht brengt mee dat een zodanige beperking alleen toelaatbaar is als zij strikt noodzakelijk is. Volgens de regeling in het strafrecht is het horen van anonieme getuigen alleen mogelijk als, vanwege de verklaring van de getuige, voor het leven, de gezondheid of de veiligheid dan wel de ontwrichting van het gezinsleven of het sociaal-economische bestaan van die getuige of een andere persoon moet worden gevreesd. Het geconfronteerd kunnen worden met naheffingsaanslagen en vergrijpboeten is dan ook onvoldoende om getuigen anoniem te horen. Bron: HR 24-11-2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-11-30 11:53:462017-11-30 12:53:47Naheffingsaanslagen en boeten geen reden voor anoniem horen
29 november 2017. Veel geld dat voor scholing van werknemers beschikbaar is blijft onbenut. De reserves van de cao-fondsen nemen toe en ook van het Europese subsidiefonds ESF blijft een groot deel van de middelen staan.
Sinds het begin van dit decennium zijn de reserves van de zogeheten cao-fondsen, die de opleiding en ontwikkeling van werknemers financieel mogelijk maken, met zeker 50 miljoen euro toegenomen, tot meer dan 400 miljoen, blijkt uit onderzoek van De Telegraaf. Ook van het Europese subsidiefonds ESF blijft de helft onbenut. Volgens het Agentschap SZW is dat aanzienlijk meer dan verwacht. Het geld dat wel voor opleidingen wordt gebruikt, gaat in het leeuwendeel van de gevallen naar mensen die beter willen worden in hun huidige werk, in plaats dat het besteed wordt aan om- en bijscholing dat soms meer gewenst is. Volgens deskundigen is er een omslag in het denken nodig: werknemers moeten op tijd aan scholing beginnen, anders diskwalificeren ze zichzelf voor de arbeidsmarkt. Bron: De Telegraaf, 25 november 2017
https://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.png00Burgers Accountants en Adviseurshttps://www.burgersaccountants.nl/wp-content/uploads/2016/01/burgers-logo-300x92.pngBurgers Accountants en Adviseurs2017-11-30 02:47:392017-11-30 03:47:41Scholingsgeld blijft liggen
Onze website gebruikt cookies. Als u verder gaat op onze website, gaat u akkoord met het gebruik hiervan. OK
Privacy & Cookies
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these cookies, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are as essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may have an effect on your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Verwachtingen voor 2018 positief
Verwachtingen voor 2018 positief
Terwijl dit jaar vooral veel vervangingsinvesteringen zijn gedaan, verwachten ondernemers in de industriële sectoren volgend jaar meer nieuwe gebouwen, fabrieken, machines, vervoermiddelen en computers in gebruik te zullen nemen.
Ondernemers in de aardolie- en chemiebranche verwachten in 2018 een toename van de investeringen van 39% ten opzichte van 2017. Ook in 2017 kende die branche aanmerkelijk meer investeringen dan het jaar daarvoor. Verwacht wordt dat eind 2017 de investeringen in die branche 40% hoger liggen dan in 2016. In 2017 heeft de sector een aantal grootschalige activa in gebruik genomen en voor 2018 staan nieuwe ontwikkelprojecten op de planning.
In de totale industrie verwachten producenten aan het eind van dit jaar 19% meer geïnvesteerd te hebben dan in 2016. Begin dit jaar was de verwachting nog dat de investeringen 13% hoger zouden liggen dan in 2016 toen de industrie bijna 8 miljard euro in materiële vaste activa investeerde.
De hogere investeringsverwachtingen vallen samen met een toename van het productenvertrouwen. De hogere investeringsverwachtingen zijn in lijn met het saldo van positief en negatief gestemde producenten voor volgend jaar (10,6%).
Bron: CBS 8-12-2017
Telefonisch horen geen recht
Telefonisch horen geen recht
Een man maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van de tot zijn nalatenschap behorende woning. Hij heeft daarbij verzocht om telefonisch te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft dat geweigerd, en alleen een horen in persoon aangeboden. In bezwaar heeft geen hoorgesprek plaatsgevonden.
Hof Amsterdam overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat in de ogen van de wetgever de voor een bezwaarbehandeling noodzakelijke zorgvuldigheid niet, althans niet in alle gevallen, kan worden gewaarborgd indien het horen per telefoon geschiedt. Het uitgangspunt is daarom horen in persoon. Uit de parlementaire geschiedenis kan verder worden afgeleid dat een uitzondering op dit uitgangspunt onder omstandigheden mogelijk is. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is de toestemming van de belastingplichtige. Een belastingplichtige heeft dus recht op een horen in persoon, maar kan instemmen met een horen per telefoon. Volgens het hof heeft een belastingplichtige geen afdwingbaar recht op horen per telefoon. De heffingsambtenaar heeft in de onderhavige kwestie volgens het hof voldoende argumenten aangevoerd waarom hij geen uitzondering wenste te maken op de hoofdregel (het beleid) om in persoon te horen. De beslissing om niet telefonisch te horen is volgens het hof niet in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur.
Bron: Hof Amsterdam 24-08-2017
Aanpassing vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie
Aanpassing vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie
In art. 1 Regeling loonkostensubsidie Participatiewet is de hoogte vastgelegd van de vergoeding voor werkgeverslasten zoals genoemd in art. 10d lid 4 en 5 Participatiewet. Die vergoeding bedraagt een percentage van de loonkosten waarover loonkostensubsidie (art. 10d lid 1 Participatiewet) wordt verstrekt. De vergoeding bestaat uit een uniform tarief dat omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid voor alle sectoren geldt. Het percentage is gebaseerd op de wettelijk verplichte werkgeverspremies voor een werknemer die het wettelijk minimumloon verdient in de marktsector, zoals vastgelegd in de Wet financiering sociale verzekeringen, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (werkgeversbijdrage kinderopvang), de Zorgverzekeringswet (inkomensafhankelijke bijdrage) en de gemiddelde pensioenpremie zoals berekend door het Centraal Planbureau voor de Macro Economische Verkenningen.
Bron: Min SZW, 22 november 2017
Schijnconstructie bij PostNL?
Schijnconstructie bij PostNL?
Volgens de vakbond worden de werknemers niet betaald volgens de PostNL-cao. Ze zijn de tewerkgesteld via een constructie met een uitzend-bv als onderaannemer die weer personeel inhuurt van een ander uitzendbureau. Op deze wijze zou PostNL de uitzend-cao ontwijken en de werknemers slechts het wettelijk minimumloon betalen. Volgens de FNV zou ook de Inspectie SZW de constructie als onwettig hebben bestempeld.
Op 5 december is door Poolse sorteerders bij PostNL op het hoofdkantoor in Den Haag een zogenoemde WAS-brief overhandigd. WAS verwijst hier naar de Wet aanpak schijnconstructies. Op grond van die wet kan een opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor onderbetaling.
Bron: FNV, 4 december 2017
Werknemer ervaart stress bij beoordelingsgesprek
Werknemer ervaart stress bij beoordelingsgesprek
De frequentie waarmee werknemers beoordeeld worden is laag. Bijna een kwart van de Nederlandse werknemers (22%) krijgt zelfs helemaal geen functioneringsgesprek met hun manager, 47% krijgt maar eens per jaar een evaluatie. De kwaliteit van dit gesprek laat echter vaak te wensen over. Slechts een klein deel van de organisaties (8%) heeft het functioneren ingericht als continu proces, terwijl werknemers dit juist wel willen. Bijna een derde (30%) wil dat de beoordeling een continu proces wordt.
Wanneer het functioneringsgesprek maar eens per jaar plaatsvindt, blijkt het lastig om de prestaties van het gehele jaar te evalueren. Bijna één op de vijf werknemers (19%) zegt dat voornamelijk de prestaties van het laatste half jaar centraal staan in het gesprek. Volgens 16% ligt het zwaartepunt zelfs alleen op het laatste kwartaal. De prestaties van het begin van het jaar krijgen volgens hen dus weinig aandacht. In 64% van de gevallen lukt het wel om het hele jaar in ogenschouw te nemen.
Het onderzoek is onder ca. duizend werknemers uitgevoerd door Protime.
Bron: Protime 29-11-2017
Loonheffing wel ingehouden, niet afgedragen
Loonheffing wel ingehouden, niet afgedragen
Een werknemer van een bv was van augustus 2009 tot begin september 2010 dga. Tot eind april 2012 was hij directeur en vanaf mei 2012 was hij als medewerker werkzaam voor de bv. Hij ontvangt tot juni 2012 loon van de bv. De bv raakt in 2010 in liquiditeitsproblemen en besluit om de ingehouden en afgezonderde bedragen aan loonbelasting niet af te dragen. De bv doet tot en met oktober 2012 maandelijks aangifte. Begin december 2012 is de bv failliet verklaard. De inspecteur verrekent geen loonheffing als voorheffing met de IB/PVV over 2011 en 2012 van de werknemer. In geschil voor het hof is of de inspecteur de verrekening terecht achterwege heeft gelaten.
Het hof oordeelt dat partijen terecht hebben geconcludeerd dat de bv de loonheffing heeft ingehouden, omdat de bv de bedoeling had om tot afdracht over te gaan van de daartoe afgezonderde bedragen, zodra de liquiditeitspositie dit zou toelaten. Omdat loonheffing is ingehouden, wordt deze volgens het hof verrekend met de aanslagen IB/PVV van de werknemer. Aan de vraag of de werknemer te goeder trouw was, wordt niet toegekomen.
Tegen deze uitspraak was de staatssecretaris in cassatie gegaan. De Hoge Raad verklaart dit cassatie beroep onder verwijzing naar de conclusie van de advocaat-generaal echter ongegrond.
Bron: HR 1-12-2017
Aanmaning niet ontvangen, geen betekeningskosten
Aanmaning niet ontvangen, geen betekeningskosten
Een man kreeg voor een bedrag van € 39 betekeningskosten in rekening gebracht vanwege een nog openstaand bedrag aan waterschapsbelastingen. Hij was het hier niet mee eens, omdat hij de aanmaning niet had ontvangen. Hij had het volledige openstaande bedrag bovendien betaald voordat het dwangbevel was betekend. Hij stelde zich dan ook op het standpunt dat hem ten onrechte betekeningskosten in rekening waren gebracht.
De inspecteur stelde dat het niet aannemelijk was dat de aanmaning niet door de man was ontvangen.
Voor Hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de man dat het ingewikkelde stratenplan vaker voor bezorgproblemen zorgde bij hem in de wijk en dat ook de wisseling van postbezorgers fouten in de hand werkte en dat hij zelf regelmatig post heeft ontvangen die niet voor hem bestemd was. Wellicht dat de aanmaning juist was verzonden, maar deze had hem in ieder geval niet bereikt. Het hof vond dat de man erin was geslaagd het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de aanmaning op zijn adres te ontzenuwen. Het hof besliste dat in verband hiermee het dwangbevel ten onrechte was betekend en dat ten onrechte betekeningskosten in rekening waren gebracht.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 14-11-2017
Jacquet geen werkkleding
Jacquet geen werkkleding
Een predikant had een jacquet aangeschaft voor ruim € 350. Het jacquet stelde hij uitsluitend te dragen tijdens de uitoefening van zijn ambt als predikant. In geschil is of de kosten voor aanschaf van het jacquet in aftrek kunnen worden gebracht op het door de predikant in 2013 genoten inkomen in de zin van de Wet IB 2001. Volgens de predikant is dit het geval, omdat hij het jacquet alleen draagt tijdens zijn werkzaamheden als predikant. Maar dat was volgens de Rechtbank Gelderland niet het juiste criterium. De rechtbank maakt uit de parlementaire geschiedenis op dat de zinsnede ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de onderneming te worden gedragen’ een objectief criterium is. Dat wil zeggen dat er gekeken moet worden naar de objectieve kenmerken van het jacquet zelf. Dat de predikant het jacquet zelf alleen draagt tijdens zijn werkzaamheden als predikant is dus niet van belang. Het gaat erom of het jacquet geschikt is om tijdens andere gelegenheden te worden gedragen. Hiervan is volgens de rechtbank sprake. Weliswaar wordt een jacquet tegenwoordig niet vaak meer gedragen, maar het is volgens de rechtbank niet ongebruikelijk dat dergelijke kleding wordt gedragen tijdens onder meer huwelijksfeesten, begrafenissen en andere formele gebeurtenissen. Dit betekent dat het jacquet niet alleen tijdens het werk van de predikant kan worden gedragen en het derhalve niet kwalificeert als werkkleding. De rechtbank oordeelt dan ook dat de aanschafkosten van het jacquet niet aftrekbaar zijn.
Bron: Rb. Gelderland 22-11-2017
Naheffingsaanslagen en boeten geen reden voor anoniem horen
Naheffingsaanslagen en boeten geen reden voor anoniem horen
Een belastingplichtige heeft de rechters van Hof Den Haag verzocht om een aantal getuigen anoniem te horen. Zij is bang dat de inspecteur anders naheffingsaanslagen en boeten aan de getuigen gaat opleggen. Volgens de Hoge Raad moeten op basis van art. 8:60 lid 3 Awb bij de uitnodiging voor de zitting de namen van de op die zitting te horen getuigen zoveel mogelijk worden meegedeeld. De rechter moet bij het begin van het verhoor de getuige naar zijn naam vragen en beide partijen moeten de gelegenheid krijgen aanwezig te zijn bij het getuigenverhoor. Zoveel mogelijk in art. 8:60 Awb wil niet zeggen dat de naam van de getuige aan één partij niet kan worden medegedeeld als de rechter die naam wel kent.
Volgens de Hoge Raad moet het aan de wetgever worden overgelaten om regels te geven voor het horen van anonieme getuigen. De Hoge Raad verwijst naar de regeling die in het Wetboek van Strafvordering (art. 226a e.v.) is uitgewerkt. Binnen de in Nederland geldende regels zou de mogelijkheid om getuigen anoniem te horen sterk zijn begrensd. Het horen van een anonieme getuigen leidt voor een partij die de identiteit van de getuige niet kent tot een aanzienlijke beperking van de mogelijkheden om de geloofwaardigheid van die getuige ter discussie te stellen. Behoorlijk procesrecht brengt mee dat een zodanige beperking alleen toelaatbaar is als zij strikt noodzakelijk is. Volgens de regeling in het strafrecht is het horen van anonieme getuigen alleen mogelijk als, vanwege de verklaring van de getuige, voor het leven, de gezondheid of de veiligheid dan wel de ontwrichting van het gezinsleven of het sociaal-economische bestaan van die getuige of een andere persoon moet worden gevreesd. Het geconfronteerd kunnen worden met naheffingsaanslagen en vergrijpboeten is dan ook onvoldoende om getuigen anoniem te horen.
Bron: HR 24-11-2017
Scholingsgeld blijft liggen
Scholingsgeld blijft liggen
Sinds het begin van dit decennium zijn de reserves van de zogeheten cao-fondsen, die de opleiding en ontwikkeling van werknemers financieel mogelijk maken, met zeker 50 miljoen euro toegenomen, tot meer dan 400 miljoen, blijkt uit onderzoek van De Telegraaf. Ook van het Europese subsidiefonds ESF blijft de helft onbenut. Volgens het Agentschap SZW is dat aanzienlijk meer dan verwacht. Het geld dat wel voor opleidingen wordt gebruikt, gaat in het leeuwendeel van de gevallen naar mensen die beter willen worden in hun huidige werk, in plaats dat het besteed wordt aan om- en bijscholing dat soms meer gewenst is.
Volgens deskundigen is er een omslag in het denken nodig: werknemers moeten op tijd aan scholing beginnen, anders diskwalificeren ze zichzelf voor de arbeidsmarkt.
Bron: De Telegraaf, 25 november 2017